Morele grenzen van fondsenwerving

Fondsenwervers vergaren middelen om belangrijke maatschappelijke veranderingen tot stand te kunnen brengen. Dat is het nobele uitgangspunt van ons dagelijks werk.

Maar hoe ver mag je gaan om een fondsenwervende doelstelling te realiseren? In hoeverre heiligt het belangrijke doel de middelen? Waar ligt de morele grenzen? 

Het zijn vragen waar fondsenwervers vroeg of laat mee geconfronteerd worden en een antwoord op zouden moeten hebben. 

Maar is dat ook zo? Bewaak jij die grenzen? Of steek je je kop in het zand?

De oneindige behoefte

Heb je ooit wel eens een directeur van een goed doel meegemaakt die tegen een afdeling fondsenwerving zei: 'Het is wel goed zo, meer hebben we niet nodig.'?

Zodra een doelstelling gerealiseerd wordt, is er altijd wel weer een nieuwe wens te vervullen. De behoefte aan middelen is bij de meeste organisaties oneindig.

En dus is er een continue vraag om meer geld.

Markt versus moraal

Ik moest er aan denken toen ik een artikel las op het fantastische Stanford Social Innovation blog over de grens tussen markt en moraliteit.

Het artikel beschrijft een experiment waarin studenten geld geboden krijgen om een muis te doden. Ongeveer de helft van de deelnemers kiest er inderdaad voor om de muis te doden en het geld ($10) aan te nemen.

Wanneer er vervolgens tussen de studenten over 'de prijs van een muizenleven' onderhandeld kan worden, daalt de prijs zelfs tot $5.10 en was circa 75% van de participanten bereid de muis te doden!

De conclusie van de onderzoekers luidde dan ook dat een marktomgeving afbreuk doet aan onze morele waarden.

Fondsenwervende markt

In fondsenwerving hanteren we heel wat marktprincipes. We berekenen de 'kosten per nieuwe donateur' en streven naar minimalisatie van die kosten. We reken de Return on Investment van een fondsenwervende campagne uit en trachten die te verbeteren.

Zo zijn er talloze voorbeelden te noemen. Met commerciële leveranciers als telemarketing bureaus en straatwerving bureaus wordt onderhandeld over de prijs van een aan te leveren donateur en de hoogte van de minimale maandelijkse opbrengst.

Maar ook in organisaties worden dergelijke principes gehanteerd. Directies of bestuur leggen 'targets' op, streven naar 'opbrengstmaximalisatie' en beoordelen hun  fondsenwerving primair op het financiële resultaat.

Ook als gehele branche doen we er aan mee. We publiceren fondsenwervende resultaten, rekenen uit wie er de mooiste opbrengstcijfers realiseert en bewieroken snelle fondsenwervende groei.

Spanningsveld

Het is allemaal heel logisch en verklaarbaar. Maar het is onvermijdelijk dat een dergelijke omgeving een spanningsveld oplevert tussen wat moreel wenselijk is en dat wat onacceptabel is.

Het lastige aan het spanningsveld is natuurlijk dat 'de morele grens' niet voor iedereen hetzelfde is. Wat de ene persoon heel acceptabel vindt, is voor de andere persoon ver over de grens. Achteraf weet iedereen het altijd wel en worden er harde oordelen uitgesproken, niet in de laatste plaats door besturen en directies die het zelf hebben laten gebeuren. Maar vooraf?

Dat maakt de discussie ook zo lastig te voeren. Want vlak bij de grens worden vaak de beste financiële resultaten geboekt.

Rafelige randjes

Natuurlijk schieten we er daardoor ook wel eens in door. Fondsenwerving heeft moreel rafelige randjes. De door-to-door werver of call center agent die (deels) op resultaatbasis zijn of haar salaris moet verdienen, heeft heel andere impulsen om iemand te overtuigen een donatie te doen, dan de medewerker van het goede doel die hem of haar inhuurt maar aan het eind van de maand toch zijn of haar salaris wel ontvangt.

Wanneer een goed doel financieel in de problemen komt en het voortbestaan op het spel komt te staan, worden er plotseling ook veel minder morele vragen gesteld. Zoals bij veel kleine goede doelen die de eindjes nauwelijks aan elkaar kunnen knopen en vaak blij zijn met iedere bijdrage, waarbij je je soms echt af kunt vragen hoe moreel acceptabel het wervingsproces is geweest. Denk daarbij maar eens aan de kaartenverkopers die langs de deuren gaan 'voor het goede doel'.   

Grensbewaking

Je kan je kop natuurlijk in het zand steken. Daarvoor zijn genoeg excuses denkbaar:
  • 'wij zijn niet de enige, zij doen het ook'
  • 'in het contract staat dat het niet mag';
  • 'ik wist het niet';
  • 'de kosten zijn lager, mooi toch?';
  • 'weet je wel wat we met dat geld kunnen doen?' 
Maar je kan je ook afvragen waar de grens ligt.

Als fondsenwerver heb je ook de taak om morele grenzen te bewaken. Ook al is dat commercieel misschien iets minder gunstig. Want wanneer je dat niet doet en je de grenzen onder druk steeds verder oprekt of laat oprekken, beschadig je niet alleen je eigen organisatie, maar heeft de hele branche er last van. De weerzin tegen straatwerving, het bel-me-niet-register, ze zijn er niet voor niets gekomen.

Transparantie

In een tijd waarin misstanden door de digitaal versnelde uitwisseling van informatie veel eenvoudiger boven water komen en ook fondsenwerving dus steeds transparanter wordt, neemt het belang van ethiek in ons werk steeds verder toe. Recentelijk heeft Greenpeace dat nog aan den lijve ondervonden bij de test met de automatische verhoging van de jaarlijkse bijdrage.

We zullen er aan moeten wennen dat er steeds vaker morele vragen gesteld gaan worden over ons vak. Daarop zijn dus ook antwoorden nodig.

Soms is het daarom noodzakelijk om een lijn te trekken. Doe dat dan ook!



Like Fundraiser Online op Facebook!
Op mijn Facebook pagina vind je nog veel meer interessante informatie voor fondsenwervers!

Follow Me on Facebook

Volg Fundraiser Online ook op Twitter
Follow FundraiserOnl on Twitter

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen